Middellange afstand lopenBij een langere afstand maakt je lichaam gebruik van een aeroob proces, terwijl dit bij sprint niet het geval is. Bij een sprint hebben je spieren meer zuurstof nodig dan je lichaam kan opnemen, wat melkzuur tot gevolg heeft. Wanneer we rustiger lopen, heeft je lichaam ongeveer 2 min nodig om dat aerobe proces op gang te krijgen. Vandaar dat je in het begin een beetje moet hijgen en moeite hebt om je tempo te vinden. In theorie kan je lichaam eindeloos lang dat aerobe proces volhouden, zolang we niet te snel gaan. In realiteit is dit natuurlijk niet waar, uiteindelijk ontstaan er spierpijnen en vermoeidheid. De aerobe grens ligt op 2 mmol , de anaerobe ligt op 4 mmol.

Hoe meer zuurstof je hart- en bloedvaten optimaal kunnen gebruiken, hoe comfortabeler je loopt. Vrouwen kunnen tot 15 % minder zuurstof opnemen.
Binnen de middellange afstand besteedt men vooral aandacht aan de 800 m, 1000 m en 1500 m. Over deze afstanden speculeert iedereen een beetje over hoe zo’n wedstrijd moet gelopen worden. Volgens Billy Konchellah, een tweevoudige wereldkampioen, moet je twee ronden lopen van 50,5 sec. Volgens anderen, moet je, net zoals bij de 400 m, het eerste deel sneller lopen dan het tweede deel. In de 1500 m gaat het er meestal anders aan toe. De eerste 800-1000 m wordt relatief traag gelopen, maar dan gaat het tempo met een ruk omhoog.